info & contact
 
gedachtegoed
movements
muziek
lezingen  
cartoons
agenda
geschiedenis
bibliotheek
websites
citaat
oefening
vraag het Dorine
Homepage: Nederlandse startpagina

Ouspensky Stichting
bijgewerkt tot: 20-11-2001

lees dit eerst

Geschiedenis van het Werk
- MacLaren -
 

Hoe MacLaren van deze stroom een toegankelijke waterweg maakte

Leon MacLaren werd in 1910 geboren in Glasgow. Hij had een zwakke gezondheid en verzuimde veel op school, zodat hij later al werkende zijn studie voor advocaat in de avonduren moest afmaken. Hij speelde piano vanaf zijn derde levensjaar en als jongeman verdiende hij wat bij als saxofonist in een jazzband. In navolging van zijn vader, parlementslid van de Labour Party, was hij een bewonderaar van de Amerikaanse econoom Henry George. Deze inspireerde eind vorige eeuw een groot publiek met zijn vrijheidsideaal gebaseerd op ieders natuurlijke recht op grond. Van zijn boek Progress and Poverty werden destijds twee miljoen exemplaren verkocht. MacLaren zei: "Toen ik zestien was verdiepte ik me grondig in dat boek en werd me sterk bewust van zulke begrippen als waarheid en rechtvaardigheid. Bovendien het feit dat die begrippen gedefinieerd kunnen worden leek me het meest waardevolle streven en ik besloot daaraan gehoor te geven door een school te stichten."

Ge´nspireerd door zijn vader, geboeid door dit boek en voortgedreven door de ellende van de crisisjaren, stichtte hij de School of Economic Science.
Hij ontwikkelde het lesmateriaal en de school groeide en hield zich ook tijdens de tweede wereldoorlog staande. Na de oorlog vatte hij het lesmateriaal samen in een boek: The Nature of Society.

MacLaren: "Het ging eerst best goed; ik legde de economische principes van Henry George uit in brede zin en wilde dat alles tot een conclusie brengen in het laatste hoofdstuk. Maar er kwam niets. Er kwam geen uitkomst, de zaak liep vast. Het was alsof je in een donkere gang stond, terwijl je wist dat je verder moest, maar er was geen aanwijzing voor enige richting." Die periode van windstilte duurde enkele jaren. Het begon bij hem te dagen dat de golfbewegingen in de economie in feite niet bestudeerd moeten worden aan de hand van economische wetten, maar aan de hand van universele wetten die het leven van de mens be´nvloeden.

In 1953 kwam hij in contact met dr. Roles en woonde diens lezingen bij, waardoor hij in contact kwam met het gedachtegoed van Ouspensky. Hij vertelt: "Ik was verbaasd dat hun materiaal op dezelfde wijze als bij onze economiecursussen werd gepresenteerd aan de hand van diagrammen, zij het eerder met bredere, filosofische betekenis dan een economische." Hij trok zijn groepen terug in de gebouwen van de School of Economic Science, ontwikkelde zijn eigen filosofiecursus, gebaseerd op de leer van Ouspensky en ondersteund door de meditatiemethode die hij van de Maharishi had ontvangen.

In 1965 waren dr. Roles en enkele anderen door de Maharishi uitgenodigd naar India te gaan voor een speciaal bezoek om gezamenlijk te mediteren. Het leek wel iets op Gurdjieffs experimenten bij de Zwarte Zee, want de cursus hield in dat zij zes weken lang acht uur per dag mediteerden. Maar het was juist daar in de hitte van meditatieoefening, dat dr. Roles de 'bron' ontmoette die hij zocht, want een bijzondere Swami, de Shankaracharya van Jyotirmath, Shantananda Saraswati bracht hun een bezoek. Toen wist dr. Roles dat dit de man was op wie hij zolang had gewacht.

Hij schreef in zijn verslag: "Op een avond, toen we allemaal aan de oever van de Ganges op het zand zaten, kun je je indenken hoe verbaasd ik was het volgende te horen: "Al onze problemen ontstaan omdat we onszelf niet herinneren." Het woord 'zelfherinnering' weerklonk alsof Ouspensky het had gezegd." Vanaf die tijd, tot en met 1993, nodigde deze leraar in Advaita Vedanta filosofie Roles en MacLaren uit voor privÚ-gesprekken. Het bleek al gauw dat de leer van Advaita Vedanta en de leer van Gurdjieff en Ouspensky nauw met elkaar verband hielden en elkaar prachtig aanvulden. Sinds die tijd hebben Roles en MacLaren beiden dan ook het materiaal van deze gesprekken, samen met het gedachtegoed van de twee anderen, gebruikt en doorgegeven aan hun studenten. Shantananda Saraswati vatte het ooit eens samen op deze wijze: "De kennis van het Oosten zal opbloeien in de vruchtbare velden van het Westen."

Mijn indrukken van Leon MacLaren

Toen ik in 1960 als dertienjarige Leon MacLaren voor het eerst ontmoette was ik me er zeker niet van bewust dat ik later 22 jaar van mijn leven met hem zou delen en zijn werk zou helpen voortzetten. Mijn eerste impressies waren dat ik naast hem op de pianokruk zat met vierhandige Mozartsonates op de muziekstandaard. Hij was een groots musicus. Hij wist mij van het eerste moment te fascineren door zijn subtiele benadering van de muziek, door zijn humor, en zijn scherpe mensenkennis, zodat hij je altijd doorzag als je iets niet wilde prijsgeven, om je dan met een knipoogje zelfvertrouwen te geven. Hij kon bergen verzetten voor zichzelf en ook voor jou. Hij was een magiŰr, een zorgzame leermeester en een vriend voor het leven. Er was geen afstand tussen het kind dat ik toen was en hem; de zevenendertig jaren tussen ons verdwenen gewoon.

Deze jeugdindruk geeft misschien iets weer van met wat voor een figuur we hier te maken hebben, want hij is al even moeilijk te definiŰren als de twee vorige. Velen die hem hebben ontmoet in de laatste dertig jaar van zijn leven - waarin overal ter wereld de scholen van de School of Economic Science als paddestoelen uit de grond rezen - zijn voornamelijk geboeid door zijn kennis, en dynamische kracht, en door de vele dingen die hij tot stand heeft gebracht. EÚn zo'n onderwerp alleen al zou een mensenleven kunnen opeisen. Zo waren er het wekelijks schrijven van filosofiemateriaal, het oprichten van kinderscholen, vier grote muzikale composities voor koor en orkest, studies in Sanskriet, het doorgronden van de principes van architectuur, kunst en wetenschappen, tot en met vertalingen van de boeken van Marcilio Ficino en Hermes Trismegistus. Dit alles als bijproduct van het filosofische gebeuren, waarbij hij elke stap van zijn groepen begeleidde gedurende werkweken en weekeinden, precies zoals Gurdjieff en Ouspensky dat voor hem ook al gedaan hadden. Dit alles als bijproduct van het filosofische gebeuren, waarbij hij elke stap van zijn groepen begeleidde gedurende werkweken en weekeinden, precies zoals Gurdjieff en Ouspensky dat voor hem ook al gedaan hadden. Hij was voortdurend bedacht op arrogantie, en herinnerde ons er regelmatig aan dat de school die hij wereldwijd had gesticht nog maar een 'preparatory school' was. Wij woonden ook op ÚÚn van de landhuizen van de School of Economic Science, Waterperry House bij Oxford, maar de druk van groepen was zo groot dat wij nauwelijks drie dagen op eenzelfde plek verbleven. Bovendien reisden wij elk jaar de wereld rond en zo leek ons leven wel op een rondtrekkend circus!

Het is vermeldenswaardig dat hij nooit iemand vroeg iets te doen wat hijzelf niet eerst gedaan had, zij het een fysieke taak of een spirituele oefening. Ikzelf had geen voorrechten, eerder het tegendeel, mijn taken waren vele en van de meest uiteenlopende aard. Hij was boven alles waarheidlievend en rechtschapen, hetgeen hij als kleine jongen al had nagestreefd, en verwachtte hetzelfde van iedereen in zijn omgeving. Hij moest niets hebben van slaafse onderdanigheid, een fenomeen waar iedere leider mee te maken krijgt, en omdat hij gewoonlijk met zijn scherpe blik alles doorzag, werd hij vaak genoeg gevreesd, met alle gevolgen van dien. Degenen echter die wel met hem durfden te debatteren kregen de volle maat van zijn warme persoonlijkheid, en gigantische kennis.

Evenals zijn voorgangers probeerde hij van alles om het onderste uit de kan te halen wat betreft het onderzoek naar de waarheid in ieder mens. Dat betekende natuurlijk het aanpakken van de problematiek rond de persoonlijkheid en het loslaten daarvan. Hij ontwikkelde een uniek proces om de 'chief feature' te ontdekken en paste ook een methode van 'humouring' toe die het meest lijkt op de moderne kwantumpsychologie zoals beschreven door Stephan Wolinsky in zijn boek Doorbreek de Illusie. Daarmee was hij de psychologie een halve eeuw vooruit. Dus was het onvermijdelijk dat de experimenten die hij deed met de studenten, en die hij 'steps in the dark' noemde, soms te hard aankwamen en dat hij de maat van het redelijke wel eens overschreed, waardoor er mensen geschokt wegliepen. In 1984 liepen sommigen naar de pers en kwam er een reactie van die kant.

Laatste jaren

In 1989 gaf hij de filosofische leiding uit handen aan de jongere generatie, en begon zich langzamerhand terug te trekken uit het schoolgebeuren. Maar volgelingen houden van de vorm, en hielden vast aan hun verering van zijn leiderschap, zodat zij de diepere betekenis van zijn verstilling nauwelijks begrepen hebben. MacLaren voldeed eigenlijk niet meer aan de normen van een leider, omdat hij er al lang afstand van had gedaan en daarmee zijn levensideaal had vervuld. Hij had het ooit zelf als volgt geformuleerd: "Het Absolute is alleen ge´nteresseerd in de innerlijke intentie. De uiterlijke vorm kan van alles zijn, dat is niet belangrijk en ook al is het nog zo volmaakt, als de innerlijke intentie fout is dan is het volstrekt niet aanvaardbaar."

Het culmineerde in een totale retraite gedurende het laatste jaar van zijn leven, waar hij alleen nog maar door een klein aantal mensen werd omgeven, evenals dat bij Ouspensky het geval was geweest. Hij had er vrede mee zei hij en voegde eraan toe op zijn karakteristieke, veelbetekenende wijze dat men niet meer bij hem langs wilden komen, omdat hij niets meer had te geven, en de meeste mensen alleen kwamen halen.

Hier is het op zijn plaats om even terug te grijpen naar een beschrijving van Gurdjieff door Margaret Anderson in haar boek The Unknowable Gurdjieff, in een ontmoeting met hem na de oorlogsjaren, toen ook hij verlaten was door de stromen volgelingen: "Gurdjieff leek onveranderd. Hij was iets ouder geworden, iets vermoeider, maar nog even genereus, en hij was stiller dan in vorige jaren. Maar er was onderricht in alles wat hij deed of zei, alleen was de vorm veranderd: hij onderwees nu hoofdzakelijk door middel van zijn aanwezigheid - door zijn 'wezen', zou hij gezegd hebben."

Een leerling die MacLaren had bezocht kort voor zijn dood geeft een zeer vergelijkbare beschrijving, en je zou dit kunnen lezen als de wezenlijke beschrijving van ieder van de drie grote geesten: "Zijn blik was tijdloos en veelbetekenend. Het openbaarde een nieuwe manier van onderwijzen zonder woorden. Een onvergetelijke zelfherinnering. Het gebruik van woorden en het verrichten van handelingen bleken toen een grove dekmantel te zijn die niet meer nodig was. Het was alsof zijn ogen mijn eigen waren die naar mezelf keken. De ogen van een moedig mens. Hij was niet langer mijn leraar, hij was mijzelf."