info & contact
 
gedachtegoed
movements
muziek
lezingen  
cartoons
agenda
geschiedenis
bibliotheek
websites
citaat
oefening
vraag het Dorine
Homepage: Nederlandse startpagina: movements

Ouspensky Stichting
bijgewerkt tot: 20-11-2001

lees dit eerst

Passages uit 'Op zoek naar het wonderbaarlijke'
van P.D. Ouspensky

Uit Hoofdstuk XVII

"Het werk aan het bewegingscentrum kan dan ook alleen in een school op juiste wijze worden georganiseerd. Zoals ik al zei, heeft de verkeerde, op zichzelf staande of automatische werking van het bewegingscentrum ten gevolge dat de andere centra niet ondersteund worden en zij volgen onwillekeurig het bewegingscentrum. Daarom is meestal de enige mogelijkheid om de andere centra op een nieuwe wijze te doen werken, te beginnen met het bewegingscentrum, dus met het lichaam. Een lui, automatisch lichaam vol stompzinnige gewoonten maakt alle soort werk onmogelijk."

"De gewone mens, zelfs wanneer hij tot de slotsom komt dat werk aan zichzelf onmisbaar is, is de slaaf van zijn lichaam. En hij is niet alleen de slaaf van de bekende en zichtbare werkzaamheid van zijn lichaam maar ook van de onbekende, onzichtbare werkzaamheden en het zijn vooral deze laatste die hem in hun macht hebben. Daarom moet de mens wanneer hij besluit voor zijn vrijheid te vechten, allereerst de strijd aanbinden met zijn eigen lichaam."

Vervolgens wijst G. op zogenoemde 'energielekken' in de verschillende centra en dat het geen zin heeft de energieproductie op te voeren voordat deze lekken gedicht zijn.

"Daarom moet iemand voordat hij met enig fysiek werk aan zichzelf begint, eerst leren de spanningen in zijn spieren waar te nemen en te voelen en leren zijn spieren te ontspannen wanneer dit nodig is, dat wil zeggen vooral de onnodige spierspanningen op te heffen."

G. liet ons daarop een aantal oefeningen zien voor het leren beheersen van de spanningen n de spieren alsook bepaalde lichaamshoudingen die in scholen bij gebed en meditatie worden aangenomen en die iemand alleen kan aannemen als hij geleerd heeft alle onnodige spanning uit de spieren weg te nemen. Daaronder was de zogenaamde Boeddhahouding waarbij de voeten op de knieŽn rusten en een andere nog moeilijker houding, die hij ons op volmaakte wijze voordeed maar die wij alleen maar zeer onbeholpen konden nadoen. Om deze laatste houding aan te nemen, knielde G. op de grond en ging dan op zijn hielen (zonder schoenen) zitten waarbij hij zijn voeten tegen elkaar aangedrukt hield. Het was al heel moeilijk voor ons langer dan een of twee minuten zo op onze hielen te zitten. Daarna hief hij zijn armen tot schouderhoogte op en boog zich langzaam achterover tot hij op de grond lag met zijn in de knieŽn gebogen benen onder zich. Na enige tijd in deze houding te hebben gelegen, richtte hij zich met gestrekte armen even langzaam weer op, ging weer achterover liggen, enzovoort.

Hij leerde ons veel oefeningen voor het geleidelijk ontspannen van de spieren, altijd beginnende met de spieren van het gezicht, alsook oefeningen voor het naar willekeur 'voelen' van de handen, de voeten, de vingers, enzovoort. Het denkbeeld van de noodzakelijkheid de spieren te ontspannen, was weliswaar niet nieuw maar G.'s uitlegging dat deze ontspanning moest beginnen met de gezichtsspieren, was wel nieuw voor mij; ik was dit nog nooit tegengekomen in de boeken over 'yoga' of in de fysiologische literatuur.

Zeer interessant was de oefening met de 'rondgaande gevoelswaarneming', zoals G. haar noemde. Hierbij ligt iemand op zijn rug op de grond. Na al zijn spieren zoveel mogelijk te hebben ontspannen, concentreert hij zijn aandacht en probeert zijn neus te 'voelen'. Zodra hij hierin slaagt, brengt hij zijn aandacht over naar zijn oor; wanneer hij dit 'voelt', richt hij zijn aandacht op zijn rechtervoet, daarna op de linkervoet - de linkerhand - het linkeroor - en weer op de neus, enzovoort.

Uit Hoofdstuk XIV

Veel later, in 1922, toen G. zijn Instituut in Frankrijk organiseerde en zijn leerlingen dansen en derwisjoefeningen instudeerden, toonde hij hun oefeningen in verband met de 'beweging van het enneagram'. Op de vloer van de zaal waar de oefeningen plaatsvonden, was een groot enneagram getekend en de deelnemers aan de oefening stonden op de plaatsen die met de getallen 1 tot en met 9 waren aangegeven. Vervolgens begonnen zij zich op hoogst boeiende wijze in de richting van de getallen der periode te bewegen waarbij zij om elkaar heendraaiden op de ontmoetingspunten, dat wil zeggen op de punten waar de lijnen elkaar in het enneagram snijden.
G. zei bij deze gelegenheid dat bewegingsoefeningen volgens het enneagram een belangrijke plaats zouden innemen in zijn ballet 'De Strijd der MagiŽrs' en hij zei ook dat het vrijwel onmogelijk was het enneagram te begrijpen zonder aan deze oefeningen deel te nemen, zonder er de een of andere plaats in te vervullen.
"Het is mogelijk het enneagram door beweging te ervaren," zei hij. "Het ritme zelf van de bewegingen zal de nodige ideeŽn oproepen en de vereiste spanning in stand houden; zonder deze is het onmogelijk te voelen wat het belangrijkste is."